Geld voor cultuureducatie op jouw school

Er zijn verschillende mogelijkheden om aan geld voor cultuureducatie te komen voor jouw school: de prestatiebox, vanuit het programma CultuurPlus, het Lumpsum en de ouderbijdrage. Lees hoe dit precies zit en welke bedragen er beschikbaar zijn.

1. Prestatiebox

Scholen ontvangen een bekostiging voor:

  1. Talentontwikkeling door uitdagend onderwijs;
  2. Een brede aanpak voor duurzame onderwijsverbetering;
  3. Professionele scholen;
  4. Doorgaande ontwikkellijnen.

Het bedrag voor 2020-2021 is per leerling 203,68. Van dit bedrag is 16,37 per leerling geoormerkt voor cultuureducatie. Dit is inclusief de 3,- per leerling voor museumbezoek. Scholen zijn vrij om meer dan het genoemde bedrag van de prestatiebox te besteden aan cultuureducatie, bijvoorbeeld om leerkrachten te professionaliseren ten aanzien van cultuureducatie of doorgaande leerlijnen te ontwikkelen.

Na 2020-2021 verdwijnt de prestatiebox, maar niet het aanvullende budget voor cultuureducatie. Dat geld wordt opgenomen in de oorspronkelijke lumpsum. Het ministerie van OCW zal monitoren of scholen dit geld blijven gebruiken voor cultuureducatie. Het nog te indexeren bedrag van € 16,37 is vanaf schooljaar 2021-2022 nog beschikbaar voor scholen om in te zetten voor cultuureducatie. Meer informatie hierover vind je hier en hier.

2. CultuurPlus – het CmK-programma in Flevoland

Vanuit CultuurPlus – het programma Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024 in Flevoland – is een matchingsbedrag beschikbaar. Scholen die deelnemen aan een van de drie tredes krijgen per leerling een bedrag dat zij kunnen besteden aan cultuureducatie. Het geld moet ten goede komen aan de kwaliteit van cultuureducatie en de doelen die de school hiervoor vooraf met de intermediair heeft bepaald. Het matchingsbedrag verschilt per trede:

  • Trede 1: Een school ontvangt 3,- per leerling
  • Trede 2: Een school ontvangt 9,- per leerling
  • Trede 3: Een school ontvangt 12,- per leerling

Hoe hoger het bedrag, hoe meer inzet van een school wordt gevraagd.

De CultuurPlus-gelden die door een school worden ingelegd (zie voorwaarden) kunnen gecombineerd worden met de NPO-gelden (Nationaal Programma Onderwijs). Als de school ervoor kiest de NPO-gelden (deels) aan cultuureducatie te willen uitgeven, dan geldt het CultuurPlus-programma als een geschikte interventie om het lesprogramma in te vullen.

Over het Nationaal Programma Onderwijs 
Vanaf schooljaar 2021-2022 krijgt elke school per leerling ongeveer 700,- voor herstel en ontwikkeling van het onderwijs tijdens en na corona. Het schoolteam bepaalt met een schoolscan hoe de leerlingen ervoor staan en welke aanpak voor de coronavertragingen nodig is. De school formuleert vervolgens doelen en kiest uit een menukaart om passende, kansrijke interventies in het schoolprogramma uit te voeren. Onder doeleinde C ‘sociaal-emotionele en fysieke ontwikkeling van leerlingen’ valt cultuureducatie. Dit betekent dus dat de school extra geld kan inzetten voor cultuureducatie. De school is vervolgens vrij om het type activiteiten te bepalen. Wel moet het achterliggende doel zijn dat cultuureducatie effect heeft op de schoolprestaties. Meer informatie.

3. Lumpsum

Iedere school krijgt elk jaar van de Rijksoverheid een budget voor de kosten van materiaal en personeel. De scholen bepalen zelf hoe ze deze lumpsum besteden. Het bedrag wordt berekend op het aantal leerlingen (dat op 1 oktober van het jaar ervoor stond ingeschreven), de leeftijd van de leerlingen en het soort onderwijs.

Materiële vergoeding
In de lumpsum is een apart bedrag opgenomen voor culturele vorming (vanuit de oorspronkelijke Londo). Dit geld kan bijvoorbeeld aan culturele activiteiten of de aanschaf van een methode en materiaal worden besteed. Iedere school ontvangt in het kader hiervan:

  • In 2020:
    • Per kalenderjaar: 106,99
    • Per leerling: 4,46
  • In 2021:

Professionaliseringsvergoeding
Iedere leerkracht met een voltijdaanstelling heeft per week recht op twee uur professionele ontwikkeling. De leerkracht kiest zelf hoe deze uren worden ingezet en op welk moment. Dit kan voor teamscholing zijn, maar ook voor een individuele scholing zoals een icc-cursus of deskundigheidsbevordering in een kunstdiscipline. De wekelijkse uren kunnen worden opgespaard en op een later moment worden ingezet. Dit moet dan wel worden vastgelegd in een persoonlijk ontwikkelplan.

Per fte ontvangt een school nog eens gemiddeld 500,- voor de professionalisering van haar werknemers. Dit geld wordt over het team verdeeld, wat betekent dat het bedrag per persoon kan verschillen. Het team kan besluiten dit budget in te zetten voor teamscholing in cultuureducatie. Meer informatie.

Werkdruk verlagende middelen
Leerkrachten ervaren regelmatig een te hoge werkdruk. Om hieraan tegemoet te komen, ontvangt een school per leerling 244,-. Scholen zijn vrij om dit budget naar eigen inzicht te besteden. Een van de manieren is het aanstellen van vakleerkrachten voor kunstzinnige oriëntatie. Zowel de schoolleiding als het schoolbestuur verantwoordt de besteding van het budget. Meer informatie.

4. Ouderbijdrage scholen

Scholen kunnen ouders vragen om een vrijwillige financiële bijdrage van hun kind. Het schoolbestuur bepaalt de hoogte van dit bedrag en waaraan de ouderbijdrage wordt besteed. De medezeggenschapsraad van een school moet hiermee instemmen. De ouderbijdrage kan op deze manier ingezet worden voor cultuureducatie, bijvoorbeeld voor excursies. Een school is verplicht om in de schoolgids de hoogte en de besteding van de ouderbijdrage te vermelden. Meer informatie.

Meer weten? Wij helpen je graag verder

Neem contact met een van onze adviseurs.

Mail ons je vraag